The Novelist of Human Unknowability (1)

Henry Green wordt een writer’s writer’s writer genoemd. T.S. Eliot, Eudora Welty, W.H. Auden, Rebecca West, Christopher Isherwood, V.S. Pritchett, Anthony Burgess, Sebastian Faulks, Tim Parks en John Updike zijn of waren bewonderaars. Henry Vincent Yorke (echte naam) leefde van 1905 tot 1973, groeide op in Gloucestershire als zoon van een rijke industrieel en een adellijke moeder, bezocht Eton – waar hij zijn debuut Blindness schreef – en studeerde in Oxford, maar brak de studie af om te gaan werken in het familiebedrijf. Begonnen als ‘gewoon werkman’ klom hij op tot directeur van H. Pontifex & Sons Ltd., dat loodgietersbenodigdheden en bierbottelarij-apparatuur produceerde. Blindness publiceerde hij in 1926 onder het neutrale pseudoniem Henry Green, om zijn schrijverschap verborgen te houden voor collega´s en zakenpartners. Omdat hij vreesde de Tweede Wereldoorlog niet te overleven, schreef hij al in 1940 zijn autobiografie, Pack My Bag. Hij diende in de oorlog als brandweerman, overleefde, en beschreef zijn ervaringen in Caught. In 1952 verscheen zijn laatste boek Doting. De laatste twee decennia van zijn leven leidde hij een steeds teruggetrokkener bestaan waarin hij niet meer schreef, aan de drank raakte en langzaam doof werd.

Het is proza dat je net zo geconcentreerd moet lezen als poëzie en het is ook niet makkelijk om te vertalen. Een vertaling moet altijd op zichzelf kunnen staan, maar in dit geval vind ik het niet verkeerd om de lezer vooraf te vertellen dat het origineel net zo onorthodox is. En het zal dus niet ieders cup of tea zijn. Maar als je je niet laat afschrikken door de eigenaardige zinnen en de schijnbare afwezigheid van een plot neemt hij je mee naar een andere wereld, vind ik. Misschien kun je zeggen dat zijn kijk hypersensitief is, maar ik heb er niet echt woorden voor, behalve dat het nergens mee te vergelijken is. In Nederland wordt Green niet gelezen en dat is eigenlijk best zonde. Daarom (en omdat het me uitdagend leek) heb ik een poging tot vertaling van Party Going gedaan (je kunt hem lezen onder tabblad Vertaalprojecten). Ik heb de verleiding weerstaan om de stijl te normaliseren of glad te strijken – wat op zich een begrijpelijke aanvechting is, die echter veel eerdere pogingen om zijn werk in andere talen te vertalen minder geslaagd heeft gemaakt, zo heb ik begrepen. (Voor wie hier meer over wil weten: Tim Parks heeft in zijn essay Translating Style zo’n poging op een voor vertalers heel interessante wijze geanalyseerd. Dezelfde Tim Parks schreef me toen ik hem had laten weten dat ik Party Going aan het vertalen was dat ‘getting Green’s Party Going into Dutch would be about as important as getting Reve’s Evenings into English´. Ik zoek nog naar een uitgever die dat ook zo ziet.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *