Gangsters

Op mijn elfde is ons gezin uit Den Haag gevlucht voor gangsters.

Mijn vader bouwde in de jaren zeventig een ketentje lampenwinkels op, waarvan de eerste zich aan de Hoefkade bevond. De Hoefkade stond destijds bekend als de slechtste straat in de Schilderswijk, die op zich weer als de slechtste wijk van Den Haag gold. Er waren dan ook constant allerlei problemen en in één jaar is er eens veertien keer ingebroken. Mijn vader werd dan ’s nachts gebeld door de politie als het weer zover was, waarna hij eropuit ging met een stuk hout en spijkers om de ingeslagen ruit af te dichten.

Op een dag kwam er vlak voor sluitingstijd een kerel binnen met een klassieke kous over zijn  hoofd, die een pistool op mijn pa richtte en hem beval de dagopbrengst aan hem over te dragen. Mijn vader herkende hem ondanks de kous en kon zich nog net inhouden om te zeggen: “Laurent, wat maak je me nou?”, De overvaller was Laurent de Nie. Mijn vader kwam regelmatig thuis bij de familie De Nie om lampen op te hangen en dergelijke en ook Laurent kwam regelmatig in zijn lampenzaak, als klant.

De De Nie’s waren destijds een beruchte gangsterfamilie in Den Haag. Aan het hoofd van de familie stond een soort Ma Baker-achtige vrouw, die de wereld had gezegend met allerlei soorten gespuis. Zoon Daan bijvoorbeeld was al een keer dagenlang in het nieuws geweest terwijl hij een boerengezin ergens in Drenthe in gijzeling hield. Hij is uiteindelijk gepakt. Net als zijn broer, want nadat die ervandoor was gegaan met het geld kon mijn vader simpelweg zijn naam en vermoedelijke locatie doorgeven aan de politie.

Als kind vind je dit allemaal natuurlijk reuze spannend en ik heb er dan ook veel goede sier mee weten te maken op het schoolplein (waarbij helaas ook heftige discussies hoorden met jongetjes die beweerden dat hún vader de boef dat pistool wel uit zijn handen had geschopt).

Toen de zaak eenmaal voorkwam en Laurent werd veroordeeld tot een gevangenisstraf heeft hij niet alleen de rechter bedreigd, maar ook mijn vader.  “Als ik vrij kom weet ik je te vinden, Struys.” Er verscheen opeens een afgesloten houten koffertje in huis, want mijn vader was schietlessen gaan nemen, zogenaamd voor de sport.

Niet lang daarna verhuisden we naar Leiderdorp. Pas veel later realiseerde ik me dat dat hierom was geweest en nog weer veel later gaven mijn ouders dat toe.

Ik weet niet wat er van de man is geworden en of hij nog leeft, dus in zekere zin zijn we nog steeds op de vlucht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *