Escher in het paradijs (1)

I usually just give up on a painting. I don’t finish it.” hoorde ik de Amerikaanse hyperrealist Richard Estes onlangs zeggen in een tv-documentaire over hem. Als het doel van kunst de meest realistische weergave van de werkelijkheid zou zijn (is het zeker niet) was hij misschien de beste schilder ter wereld, maar ook voor hem bleef perfectie dus onbereikbaar. Ik vind dit soort schilderijen (en andere realistische kunst, de boeken van Updike bijvoorbeeld) erg bevredigend en veel werk van andersoortige realisten (magisch realisten, surrealisten) als Willink en Escher eigenlijk ook nog steeds en het kan me niet schelen als echte kenners hier hun neus voor ophalen (waarom noem ik ze dan?). De ‘visie’ van Estes zit in zijn onderwerpkeuze, hij maakt snapshots van de werkelijkheid die hij ook echt eerst fotografisch vastlegt, waarna hij ze op zijn atelier naschildert, net als Breitner bleek te doen (die daar wél heel geheimzinnig over deed, maar Breitner is dus geen realist). Estes en Escher hebben een virtuoze ambachtelijkheid gemeen, Escher was echter geen schilder maar een speelse graficus wiens vondsten niet ‘resoneren’ zoals die van surrealist Magritte: hij was iemand wiens werk niet meer naar waarde kan worden geschat, omdat het alleen de eerste keer dat je ermee wordt geconfronteerd echt effect sorteert. Daarom was ik ook zo blij dat ik erbij was toen mijn dochter ze voor de allereerste keer in haar leven zag en er totaal verrukt over was. Want als ik schrijf dat ik het werk ‘nog steeds’ mooi vind, is dat omdat je in het kijken naar dit soort schilderkunst – die de werkelijkheid dus niet werkelijk ontstijgt – de blik van een kind nodig hebt om weer de magie ervan te zien.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *