Philip Roth – The Biography (2)

Literaire biografieën zijn ook een soort Story of Privé voor de lezende mens: je krijgt een inkijkje in iemands privéleven en bijvoorbeeld op het gebied van sores zijn we allemaal nou ook weer niet zo heel erg verschillend van beroemde mensen die wél iets gepresteerd hebben. Hoewel in een huwelijk gerommeld worden door een vrouw die op straat een potje urine koopt van een zwangere zwerfster om je wijs te maken dat ze zwanger van je is wel weer best extreem is (toen het huwelijk eenmaal voltrokken was heeft ze het zogenaamd laten aborteren). De hele geschiedenis met deze rampzalige vrouw verklaart misschien ook wel deels de niet altijd zachtzinnige wijze waarop Roth met zijn vriendinnen omging, al mag je niet psychologiseren. Maar als je het hele verhaal leest lijkt de term misogynie me hiervoor zwaar overdreven – gelukkig maar, want je weet nooit wat voor ranzigs je tegenkomt tijdens het lezen waardoor je helden van hun voetstuk kunnen vallen (er staat trouwens nog genoeg ranzigs in dit boek dat ik helemaal niet had hoeven weten want ik geloof niet dat wat iemand allemaal uitspookt in de slaapkamer je iets wezenlijks over hem of haar kan vertellen). Roth was een liefhebber van vrouwen die zich evenveel door zijn lusten liet leiden als door romantische verlangens, maar daar had hij er zo te lezen ook meer dan genoeg van. Als je dan het eerste ziet als behorend tot de lagere instincten en het laatste als een ‘hoger’ streven en die twee ook nog eens beschouwt als onlosmakelijk met elkaar verbonden, ga je terug naar een burgerlijke moraal zoals die in de jaren vijftig nog heerste (inderdaad: vóór Roth begon met publiceren) en zijn beschuldigingen van allerlei aard al snel niet meer zo heel ver weg. Wat veel belangrijker is, en waarom ik hem niet alleen als schrijver maar ook als mens bewonder, is dat Roths leven altijd volledig ten dienste heeft gestaan van de literatuur en dat die literatuur altijd maar één gebod heeft gekend: waarachtigheid. Het rücksichtslose zelfonderzoek en de schijnbaar schaamteloze zelfexpositie waarmee hij zich daarvoor ter lering en vermaak van ons heeft beziggehouden, heeft de wereld wel iets verder geholpen, denk ik – ik kan het niet echt beoordelen omdat ik het meeste werk pas achteraf tot me heb kunnen nemen – maar zijn toewijding heeft vooral tot schitterende kunst geleid. En van welke schrijver kun je daarnaast ook nog zeggen dat hij verschijnselen als Trump (in The Plot against America), cancel culture (The Human Stain) en de maatschappij tijdens een pandemie (Nemesis) al tot in detail had beschreven, lang voordat ze werkelijkheid werden?

Gesprekken achter het gordijn

Binnen de GGZ ben ik later nog veel parkinsonpatiënten tegengekomen, maar de enige die ik in het dagelijks leven een klein beetje heb mogen leren kennen was Jan van Reek, een van de geestelijke vaders van Wipperoen. Wipperoen was aanvankelijk een tekststrip in de trant van Marten Toonder die vanaf 1961 in het Algemeen Handelsblad werd gepubliceerd, totdat Van Reek ziek werd en moest stoppen met tekenen en schrijven. Ik kwam in de jaren tachtig bij hem over de vloer omdat ik verkering had met zijn jongste dochter. Hoewel het een lieve, intelligente en belangstellende man was, verliepen onze gesprekken altijd erg moeizaam, enerzijds omdat de ziekte ook zijn spraak had aangetast waardoor zijn dochter er altijd bij moest blijven om te tolken, en anderzijds omdat hij regelmatig tijdens onze conversatie van zijn stoel viel. Hij lag dan op de grond tussen ons in totdat de convulsies wegebden en hij met hulp van zijn dochter weer kon opstaan. Hij noch ik wisten als zoiets gebeurd was waar we moesten kijken, hij uit begrijpelijke maar volstrekt onterechte gêne en ik omdat ik destijds op sociaal gebied totaal onbekwaam was en al moeite had met gesprekken met mensen die wel gewoon op hun stoel bleven zitten. Het huis waarin hij in een ongemakkelijke menage à trois samenwoonde met zijn vrouw en haar vriendin – en mijn vriendin totdat wij gingen samenwonen – was niet alleen daardoor het tegenovergestelde van mijn eigen kleinburgerlijke ouderlijk huis en een soort walhalla voor mij: er was rommel en slijtage, alles zag eruit alsof erin geleefd werd. Er waren echte boeken en overal stond en hing kunst, niet alleen van hemzelf, maar ook van zijn vrouw en van zijn oudste dochter en zijn zoon, die zelf later evenveel faam zouden vergaren als tekenaars.

Ik kon toen noch nu achteraf beoordelen of hij zoals de mensen in dit boek psychisch ingrijpend was veranderd door de medicatie. Het voelde alsof hij naar me keek vanachter het gordijn van die ellendige ziekte, maar dat ik te laat was om hem te leren kennen.

De bange mens

Interessante angsten deze week in de VPRO gids, hoewel ik ook wel wat meer had willen lezen over waar de angstbezitters concreet bang voor zijn. Of betekent een angst voor poppen alleen maar dat je een onaangenaam gevoel krijgt als je een pop ziet, niet dat je gelooft dat hij/zij je iets gaat aandoen? Het is in zijn irrationaliteit tenminste wel een mooie en geloofwaardige angst, niet zoals die van Matthijs van Nieuwkerk die alleen maar allerlei afleidingen van doodsangst noemt, zoals vliegen en autorijden in tunnels en dergelijke. Maar ondertussen wel opscheppen dat hij ‘duizenden irrationele angsten en fobieën’ heeft. Een andere BN-er kan alleen een fobie voor natte papiertjes verzinnen, kom op zeg! De meeste angsten waar ik zelf onder heb ‘geleden’ – want eigenlijk is dit soort angsten een soort luxe – zijn te idioot om op te schrijven (ik heb het geprobeerd). De enige een beetje normale vrees die ik durf te noemen, heb ik bewaard uit mijn door angsten verluchtigde jeugd: hoogtevrees. Weliswaar ook een irrationele maar toch vooral een retrospectieve angst, omdat ik op mijn elfde als een evenwichtskunstenaartje op de zesde etage van een flat een metertje of twintig over de balkonbalustrades heb afgelegd om indruk te maken op het vriendinnetje dat beneden naar me stond te kijken (Barbara, blond en blauwe ogen). Ik heb het overleefd, maar de angst en de nachtmerries kwamen later.

In zekere zin is dit natuurlijk ook een soort doodsangst, maar dan achteraf.