Home
Recente vertalingen
Over mij
Tarieven
Voorwaarden
Contact
Vertaling Smith
Vertaling Updike
Vertaling/essay West
English version

Zadie Smith - De ambassade van Cambodja (fragmenten)

0-8

De vrouw die de Ambassade van Cambodja uitkwam, zag er niet uit als een typische Nieuwe Persoon of Oude Persoon – niet als een duidelijk stadsmens, noch als iemand van het platteland – en het is natuurlijk ook alweer lang geleden dat dit onderscheid er nog toe deed in Cambodja. Ook voor Fatou waren dit soort kwalificaties onbelangrijk, zij was er slechts op uit om in de buurt van de Ambassade van Cambodja haar eerste Cambodjaan te spotten. Ze was vooral geïntrigeerd door de kleding van de vrouw, die onberispelijk en praktisch was – een grijze bloes die van onderen in een beige pantalon was gestopt, een blauwe mackintosh, een slap regenhoedje – net alsof ze een man was, of hetzelfde als een man. Haar steile, zwarte haar was kort geknipt. Beide armen waren beladen met tassen van Sainsbury’s, en dit vond Fatou een beetje raadselachtig: waar zou ze al die boodschappen naartoe gaan brengen? Ook was ze verbaasd over het feit dat de vrouw van de Ambassade van Cambodja haar boodschappen deed in dezelfde Sainsbury’s, hier in Willesden, als waar Fatou levensmiddelen kocht voor de Derawals. Ze had altijd gedacht dat oosterse mensen hun eigen, geheime winkels hadden waar ze hun boodschappen deden. (Dat dacht ze ook van de Joden.) Ze voelde zowel bewondering als afkeer voor dit soort onafhankelijkheid, maar ze twijfelde er niet aan dat dit het geheim was waaraan de machtigste volken hun kracht ontleenden. Toen de Chinezen bijvoorbeeld in Fatou’s dorp de mijn kwamen innemen, was dit voor iedereen het grootste raadsel gebleven: wat en waar aten ze? Ze kochten in ieder geval nooit voedsel op de markt en ook niet bij de Libanese handelaars op de hoofdstraat. Ze regelden hun zaakjes zelf. (Of je nu nog in je eigen land was of hier, de enige manier om als volk te overleven, vond Fatou, was door je zaakjes zelf te regelen.)

Maar toen ze weer naar de tassen keek die de Cambodjaanse vrouw droeg, vroeg Fatou zich af of het niet eigenlijk heel oude tassen waren – was het ontwerp niet gewijzigd sindsdien? Nu ze de tassen wat beter bekeek, raakte ze er steeds meer van overtuigd dat ze geen voedsel bevatten, maar kleren of nog iets anders, de omtrekken ervan waren namelijk net iets te glad en regelmatig. Misschien was ze gewoon de vuilnis aan het buitenzetten. Fatou keek vanuit de bushalte de Cambodjaanse vrouw na totdat ze bij de hoek van de straat aangekomen overstak en linksaf sloeg in de richting van de hoofdweg. Ondertussen werd er nog steeds gebadmintond op de ambassade, hoewel het nu wat moeizamer ging vanwege een onvoorspelbaar windje dat was opgestoken. Er was een moment dat Fatou voelde dat bij de eerstvolgende lob de shuttle in zuidelijke richting over de muur zou waaien om zachtjes in haar eigen handen te landen. In plaats daarvan onderschepte de andere speler, onverbiddelijk balvast als hij was (Fatou had al lang besloten dat beide spelers man waren), de shuttle voordat hij de kans kreeg van koers te raken, en stuurde hem weer terug naar zijn tegenstander – weer zo’n vernietigende smash.

 

0-12

Toen Fatou eenmaal bij het huis van de Derawals was aangekomen, waren haar haren het enige aan haar wat droog was gebleven, maar voordat ze droge kleren aan ging trekken, haastte ze zich naar de keuken om het lamsvlees uit de vriezer te halen, hoewel dat geen zin meer had – het was te kort voor het avondeten – en vervolgens naar boven om de vuile was te verzamelen uit vier identieke rieten manden in vier verschillende slaapkamers. Er was niemand in de slaapkamer van meneer en mevrouw Derawal, noch in die van Faizul of in die van Julie. Beneden klonk het geluid van de televisie. Omdat ze geen enkel geluid hoorde bij het binnentreden van Asma’s kamer ging Fatou ervanuit dat er niemand was en liep ze snel naar de wasmand in de hoek van de kamer. Toen ze het deksel opende, voelde ze de harde klap van een hand op haar rug; ze draaide zich om.

Het jongste kind, Asma, stond voor haar, haar mond opengesperd als een forel op het droge. Nog voordat Fatou begreep wat er aan de hand was, stompte Asma de omvangrijke berg kleren uit haar handen. Fatou boog zich voorover om ze weer op te pakken. Toen ze zich op haar knieën liet zakken kwam de volgende slag, een schop tegen haar arm. Ze liet de kleren liggen en stond op, overweldigd door haar eigen woede. Maar toen ze weer naar Asma keek, zag ze het meisje paniekerig naar haar eigen keel gebaren, vervolgens haar handen vouwen als in een gebed en ze weer terug naar haar keel brengen. Haar ogen puilden uit hun kassen. Ze wankelde plotseling naar rechts; ze slingerde zichzelf over de rug van een stoel heen. Toen ze haar gezicht weer kon zien, zag Fatou dat het blauw was en begreep Fatou eindelijk wat er aan de hand was en was ze in een sprong bij haar, greep ze haar vast rond haar middel en trok ze haar omhoog zoals ze dat had geleerd in het hotel. Een knikker – met in het midden een sliert iriserend blauw, als een golf – vloog uit de mond van het kind en landde vochtig in het pluche van het vloerkleed.

Asma huilde en zoog tussen het snikken door grote teugen lucht naar binnen. Fatou gaf haar een knuffel en vroeg zich bezorgd af wanneer ze aan de was zou toekomen. Ze gingen samen naar beneden, waar de rest van het gezin in de zitkamer naar Britain’s Got Talent zat te kijken op een flatscreen die tegen de wand was geschroefd. De aanblik van de onstuimig huilende Asma deed iedereen tegelijk opspringen. Meneer Derawal zette de HD-speler op pauze. Fatou vertelde over de knikker.

‘Hoe vaak heb ik je al gezegd dat je niet alles in je mond moet stoppen?’, vroeg meneer Derawal en mevrouw Derawal zei iets in hun taal – Fatou hoorde de naam van hun God – en nam Asma bij zich op de bank en streelde het zijdeachtige, zwarte haar van haar dochter.

‘Ik kreeg geen lucht, man! Ik kon niemand roepen,’ huilde Asma. ‘Ik ging bijna dood!’

‘Waarom stop jij eigenlijk knikkers in je mond, idioot?’ zei Faizal en haalde de HD-speler weer van de pauzestand af. ‘Welke mongool stopt nou een knikker in d’r mond? Idioot. Wedden dat je in je broek heb gescheten?’

‘Hallo zeg, ze heeft je leven gered,’ zei Julie, de oudste, waar Fatou eigenlijk het minst op gesteld was. ‘Fatou heeft je leven gered. Dat is heftig.’

‘Ik had gewoon van zo gedaan,’ zei Faizul en demonstreerde een uitzonderlijk dramatische Heimlich-manoeuvre op zijn eigen graatmagere lijf. ‘En als dat niet werkt dan hak gewoon mezelf karateklappen gegeven, bam bam bam bam bam –‘

‘Faizul!’ viel meneer Derawal uit, en keerde zich vervolgens stroef in de richting van Fatou en sprak, niet direct tegen haar, maar tegen een punt ergens tussen haar elleboog en de wandspiegel met zonnemotief achter haar hoofd. ‘Dank je, Fatou. Wat een geluk dat jij aanwezig was.’

Fatou knikte en wilde weer weggaan, maar toen ze bij de deuropening van de zitkamer was, vroeg mevrouw Derawal haar of het lamsvlees al ontdooid was en moest Fatou bekennen dat ze die daarnet pas had uitgehaald. Mevrouw Derawal zei iets vinnigs in haar taal. Fatou wachtte of er nog iets kwam, maar meneer Derawal glimlachte slechts ongemakkelijk naar haar en knikte ten teken dat ze nu kon gaan. Fatou ging naar boven om de kleren op te rapen.